vrijdag 18 december 2009

Observatie les godsdienst 2

Opdracht: Observeer nog een godsdienstles/moment: Wat is het onderwerp van deze les/moment? Welke levensvraag komt hier aan bod?

Onderwerp: het kerstverhaal

Voorafgaand: 2 ½ weken geleden is de juffrouw ermee begonnen elke dag één prent te laten zien van het kerstverhaal en erbij te vertellen. Na twee weken kenden de 3-4 jarige kleuters het hele verhaal. De kinderen spelen dikwijls in de “kersthoek” die de juf in de klas heeft ingericht. De kleuterleidster vertelt mij dat ze het verhaal ook vaak zelf navertellen.

Op donderdag voormiddag gingen wij naar de turnzaal, waar kinderen uit het 6de leerjaar een kersttoneel voor de hele school gespeeld hebben. Daarna heb ik dus een lesje geobserveerd, waarin alle kleuters van de klas onder leiding van de juffrouw het kerstverhaal naspeelden.

Elk kind kreeg een rol (Jozef, Maria, engelen, herders, schapen, ezel,…). De juffrouw liet de prenten zien en liet de kinderen het verhaal dat ze ondertussen al goed kennen naspelen. Ze heeft wel ingegrepen als ze het gevoel had dat de kinderen hulp nodig hadden.


  • Wat zijn de grote stappen, de fases die in deze les gezet worden met de lln?

    In deze les gaat het erom het kerstverhaal na te spelen, onder leiding van de juffrouw.

  • Welke handleiding wordt hier gebruikt?

    De juffrouw gebruikt er geen speciale handleiding voor, het traditionele kerstverhaal is haar uitgaanspunt.

  • Wat is de sfeer in deze les? Onderscheidt deze zich van andere lessen? Waarin wel, waarin niet? Hoe wordt aan deze sfeer gewerkt?

    De kinderen zijn heel rustig, de sfeer is gemoedelijk, in de klas is het redelijk donker. De juffrouw praat stil en zacht tegen de kinderen, wat deze ook rustig maakt. Hoewel de kerstperiode een drukke periode is, is er toch een heel positieve, rustige en feestelijke stemming in de klas.

  • Hoe reageren de kinderen op deze les? Op welke momenten zijn ze betrokken, op welke momenten zie je de betrokkenheid dalen?

    De kinderen in deze klas vinden het altijd fijn om toneeltje of poppenkast te spelen. Speelt de juffrouw poppenkast, spelen ze het direct daarna na.
    Elk kind heeft zijn eigen rol, waardoor het ook heel betrokken bezig is. De juffrouw houdt het hele toneeltje redelijk kort, om te voorkomen dat de betrokkenheid daalt. Enkele kleuters hebben geen zin om mee te doen, ze kijken gewoon. Maar ook zij zijn wel betrokken, heb ik het gevoel.

  • Noteer enkele voorbeelden van levensvragen die deze kinderen stellen.

    Tijdens het naspelen van het kerstverhaal komen er geen vragen van de kinderen. Ze hebben zich helemaal in hun rol ingeleefd.
    Tijdens de reflectie met de kleuterleidster kom ik te weten dat de kinderen onder elkaar bezig zijn met het thema “een baby krijgen”. Vooral één meisje, Aurelie, omdat haar mama zwanger is.

  • Aan welke component wordt vooral gewerkt?

    Door het kerstverhaal na te spelen wordt vooral de componenten Verbondenheid met zichzelf en met anderen gewerkt. Er komen zowel ervaringen en belevingen van kleuters, als geloofsverhalen en ook klasrituelen/feesten aan bod.



Daarna was er nog even tijd voor de speeltijd begon, dus heeft de juf een spel met de klas gespeeld: In de klas was het zo donker mogelijk. Één kind ging even met een zaklamp naar buiten, terwijl zich een ander kind ergens in de klas verstopte. Het eerste kind werd binnengeroepen en moest het kind dat zich verstopt had gaan zoeken. Voor sommige kinderen was het heel moeilijk om het kind te vinden. Wij hielpen met “warm of koud” te zeggen.
Wat ik héél mooi vond, was wat de juf op het einde van dit spel tegen de kinderen heeft gezegd: “Zie je hoe moeilijk het voor ons is om iemand te vinden in het donker. Voor Jozef en Maria was het toen ook heel moeilijk om in het donker een herberg te vinden of een stal waar ze mochten blijven.”


Erinneren - Erkennen - Herkennen & Hoe ik God zie

Om uit te leggen wie God voor mij is, wil ik graag iets over de Oostenrijkse traditie rond Kerstmis vertellen. Dit doe ik aan de hand van twee “dezelfde” verhalen uit mijn verleden:


24 december 1993 (Ik ben 7 jaar oud)

’s Morgens, na het ontbijt, heeft papa een idee. Hij wil met ons gaan schaatsen. Mijn zus Sabine (5 jaar) en ik kleden ons warm aan. Papa haalt de schaatsen uit de kelder. Dan zijn we klaar om te vertrekken. Mama blijft thuis, samen met oma, want ze heeft al een héél dikke buik. Binnenkort krijgen wij een zusje of broertje.
Als wij thuiskomen van een leuke voormiddag met papa op de schaatsbaan, is de deur van de living gesloten. Achter het glas van de deur hangt papier, waardoor wij niet in de kamer kunnen kijken. Zelfs als ik stiekem probeer door het sleutelgat te gluren, kan ik niets zien. Blijkbaar heeft er iemand iets in gestoken.
Mama en oma zijn in de keuken. Ze koken soep voor deze middag.
Ik weet natuurlijk wat er aan de hand is. Het Christkind is bezig. Het versiert de kerstboom en legt de cadeautjes eronder. Maar wij kunnen het niet zien, want het is een engeltje dat snel door een venster wegvliegt als het hoort dat er iemand wil binnenkomen.
Een week geleden heb ik een brief geschreven aan het Christkind met mijn wensen voor Kerstmis. Ik heb hem ’s avonds op de vensterbank in de woonkamer gelegd. ’s Morgens was hij verdwenen. Het Christkind is hem dus komen halen.
In de namiddag blijven wij in de eetkamer, waar we samen spelletjes spelen. Ik ben al heel zenuwachtig, want ik weet al wat er straks gaat gebeuren. Af en toe ga ik eens kijken of de deur van de living niet toch per ongeluk open is, maar helaas is dat niet zo.
Om vijf uur komen mijn andere oma en opa. Buiten is het ondertussen al donker. Nu ben ik toch echt al een beetje ongeduldig. Ik vraag aan mama wanneer het Christkind dan komt, maar ze zegt dat ze het ook niet weet.
Plots hoor ik een belletje gaan. Het geluid komt uit de woonkamer. Snel loop ik naar daar, iedereen achter mij aan, want wij zijn allemaal nieuwsgierig. Papa staat al in de living en sluit gauw de deur van het terras. Hij was ook te laat om het Christkind nog te kunnen zien, zegt hij.
Nu wordt het stil. Voor ons staat een prachtige kerstboom met rode en gouden bollen eraan en veel lichten en kaarsen. Zoals de boom, stralen ook wij. Er is een héél aangename sfeer, heel gemoedelijk. Maar ook een beetje mysterieus, in een positieve zin. Het is moeilijk om te beschrijven hoe het voelt, want er is niets dat je ermee kunt vergelijken. Een keer per jaar komt het Christkind. Deze avond is anders als de rest van het jaar. Iets “goddelijks” is in de lucht.


24 december 1999 (13 jaar)

’s Morgens, na het ontbijt, komt opa naar ons thuis. Hij komt mijn broer Christian halen, die ondertussen al bijna 6 jaar oud is. Ze gaan samen met mijn kleine neefjes naar de cinema waar een kerstfilm voor kinderen speelt. Mijn zus Sabine (11 jaar) gaat ook mee, want ze heeft geen zin om de boom te helpen versieren.
Als ze weg zijn, haalt papa de kerstboom binnen. Samen halen wij de kartonnen dozen met de kerstbollen uit de kelder. Papa hangt papier voor de deur en steekt ook een klein stukje in het sleutelgat. Terwijl mama en ik de boom versieren, kookt oma soep voor deze middag. Wij moeten wel een beetje doordoen, want binnen 2 ½ uur brengt opa Christian al terug naar huis.
Als wij klaar zijn met de boom, leggen wij het belletje klaar naast de deur, die wij achter ons op slot doen.
In de namiddag zitten wij spelletjes te spelen in de eetkamer. In tegenstelling tot anders moet Christian vandaag vaak “naar het toilet”. Dat zegt hij ten minste als hij de eetkamer buiten gaat.
Om vijf uur komen opa en oma. Ook nu is de sfeer weer al heel mysterieus, want iedereen is aan het wachten. Het valt niemand op dat papa opstaat en uit de kamer gaat. Enkele minuten later horen wij de bel. Weer net te laat om het Christkind nog te kunnen zien; papa zegt dat het al weg was…
…Om 12 uur ’s avonds ga ik met mama en oma naar de kerk. Alleen op deze avond doen wij dat zo laat, want het is Kerstmis en iets “goddelijks” is in de lucht.


Het is voor mij dus heel moeilijk om te beschrijven wie God voor mij is. Maar bij Kerstmis bijvoorbeeld kan ik Hem voelen. Dan weet ik dat hij aanwezig is, zoals het de Oostenrijkse traditie ook zegt door het “Christkind” op aarde te laten komen.

Maar niet alleen op Kerstmis is God aanwezig voor mij.
Ik geloof dat er niets gebeurt zonder een reden. Er staat iets of iemand achter alle negatieve, maar ook alle positieve dingen die er gebeuren in ons leven. Sommige mensen noemen dat “het lot” en voor sommigen is het gewoon “toeval”. Ik weet niet of ik het God “durf” noemen, want God is voor mij iets heel krachtigs, iets heel sterks en machtigs. Als ik van het lot spreek, is dat minder eng. Maar juist daarin ligt de uitdaging, dat je het wel God durft noemen en dat je er dus wel in gelooft. Als ik aan de sfeer denk, die er rond Kerstmis in de lucht hangt, is dat voor mij heilig en dat is voor mij één deel van hoe ik God zie en voel.


woensdag 16 december 2009

Naomi + Thomas-webpagina + TOV

Opdracht: Lezen van een tijdschrift (Naomi) + lezen van een ‘in de kijker’ op de thomas-webpagina (www.godsdienstonderwijs.be) + lezen van een aantal lessen uit een handboek (TOV). Noteer in je portfolio wat bruikbaar is voor je eigen praktijk? Wat heb je geleerd?

De tijdschrift “Naomi” is bruikbaar voor in de praktijk. De bijlage voor de leerkracht vind ik heel nuttig, omdat je dan weet wat je met de teksten en tekeningen uit de tijdschrift kunt doen en hoe je ze kunt gebruiken met kinderen. Het boekje Naomi dat ik gekozen heb, gaat over namen van kinderen, namen van Jezus en God en over elkaar leren kennen. In het begin van een schooljaar of als er nieuwe leerlingen bijkomen, is het altijd moeilijk in het begin. De tips en activiteiten die je rond dit thema kunt doen, vind ik heel goed, maar zijn pas echt geschikt voor kinderen vanaf 4-5 jaar.
Ik zou dit boekje gebruiken, als er een nieuw kind bijkomt in de klas. Zo krijgen de andere kinderen de kans om hem / haar te leren kennen en ook andersom. Op die manier leren ze ook Jezus beter kennen. Er wordt ook over de namen van God gesproken, zowel bij de christenen als ook de joden en moslims. Dit boekje kan dus ook als inleiding dienen bv. voor het thema “multiculturele samenleving”.


Op de Thomas-webpagina kan ik veel bruikbare informatie vinden. Ik heb het thema “Advent – leven naar het licht toe” bekeken, wat ik persoonlijk heel interessant vond. Naar mijn mening kan je deze website goed inzetten om je (godsdienst)lessen te plannen. Je vindt er de nodige achtergrondinformatie rond elk thema, wat voor mij heel positief is, omdat je die moet hebben voor dat je met een bepaald onderwerp begint te werken met je kinderen. Als je op andere webpagina’s of in boeken zoekt, is het dikwijls moeilijk om juist de informatie te vinden die je nodig hebt. Verder staan er ook mogelijkheden in hoe je de “droge” informatie die je nu hebt met ervaringen van de kinderen kunt verbinden en het thema zo ook voor hun interessant kunt maken. Je vindt er ook praktische tips, bv. hoe je een adventkrans kunt maken met kinderen. Hierbij staan ook weer verschillende ideeën, van eenvoudige kransen tot “geactualiseerde” versies, waarbij de kinderen hun ideeën over een bepaald thema dat erbij past tot uitdrukking kunnen brengen.

In het handboek TOV vind ik het heel positief dat er al veel aangegeven is, zoals:

  • Mogelijke doelen (ontwikkelingsaspecten)
  • Het materiaal dat je nodig hebt

Er zijn ook altijd verschillende activiteiten die je rond één thema kunt doen, wat ik ook heel goed vind. In de volgorde van de activiteiten zit er wel een zekere opbouw, maar je kunt altijd zelf kiezen welke je wilt doen en welke niet.
Wat volgens mij ontbreekt, is bv. voor welke leeftijd de activiteiten gepland zijn of voor hoeveel kleuters. Want ik denk dat het voor sommige activiteiten beter is om in kleinere groepjes te werken, omdat je dan beter op elk kind kan ingaan. Maar langs de andere kant zal je deze informatie misschien niet nodig hebben als je een beetje ervaring hebt als kleuterleidster!?!

componentenschema (TOV) + belangstellingscentra (werkplan rooms-katholieke godsdienst)

Opdracht: Lees in het handboek TOV drie voorbeelden van de concrete invulling van het componentenschema (staat in het begin van elk belangstellingscentrum) + lees p. 71 tem. 74 in het werkplan rooms-katholieke godsdienst

Ik vind het nog moeilijk om zelf het componentenschema in te vullen, omdat ik er nog geen ervaring in heb. In het handboek TOV vind ik het dan ook heel positief dat het schema al ingevuld is => dan weet je als leerkracht direct aan welke bouwstenen van religieuze groei je aan het werken bent en daardoor ook wat je doelen zijn. Dit is belangrijk om doelgericht met je activiteit aan de slag te kunnen gaan.
Verder staan er ook tips voor de uitwerking van andere componenten van de levensbeschouwelijke en religieuze groei, wat ik ook heel goed vind. Je kunt dus het thema nog uitbreiden, waardoor nog andere bouwstenen aan bod komen.


Het thema van dit onderdeel uit het werkplan is “Thematisch werken”. Het belangrijkste hierbij is na mijn mening dat het godsdienstaanbod bij de leef- en belevingswereld van de kleuters aansluit. Het wordt verworven in een belangstellingscentrum (BC), dat gedurende 1 à 2 weken aan bod komt in de klas. Onafhankelijk daarvan kan je als kleuterleidster een godsdienstaanbod bij een bepaalde gelegenheid uitwerken, bv. als iemand uit de omgeving van de kleuters sterft of een baby krijgt,… Daardoor krijgen kinderen de kans om hun gevoelens op een rij te zetten en op een zinvolle en hoopvolle manier de gevoelens te beleven. Ook godsdienstige BC’s zijn mogelijk, uitgaand van een kerkelijk feest, een Bijbelverhaal of vanuit de componenten van levensbeschouwelijke en religieuze groei. Deze BC’s sluiten nu niet direct aan bij de ervaringswereld van de kleuters, maar ze moeten wel in hun uitwerking voldoende aanknopingspunten hebben met het leven van de kleuter.
Dit idee over het uitwerken van godsdienstige thema’s in een kleuterschool vind ik persoonlijk heel goed. Ik vind het belangrijk voor kleuters dat hun eigen ervaringen aan bod komen en dat ze de kans krijgen om hun gevoelens te plaatsen. Maar ik denk niet dat elke kleuterleidster of elk kleuterleider op die manier aan het werken is rond godsdienst.
Na enkele lessen godsdienst en de voorbeelden die wij gezien hebben (bv. De eend van Jules,…) heb ik wel al een idee hoe goed godsdienstonderwijs in een kleuterklas kan verlopen. Tijdens mijn stage is dat nog moeilijk, omdat ik er maar 1 dag per week ben en daardoor nooit een heel thema kan zien in zijn opbouw.

dinsdag 8 december 2009

Lezen van de kinderbijbel "Koning op een ezel" van Nico ter Linden

Opdracht Godsdienst: Lezen van een Kinderbijbel: Koning op een ezel (Nico ter Linden)
Beschrijf wat je geleerd hebt na het lezen van de kinderbijbel en welke vragen de lectuur bij je oproept.


Na het lezen van dit boek heb ik voor de eerste keer in mijn leven een andere kijk op de Bijbel en de Bijbelverhalen gekregen en daardoor ook op het geloof dat erachter staat.
Ik vind het geweldig hoe Nico ter Linden verhalen uit de Bijbel op een eenvoudige manier vertelt. Het beeld dat ik erover had is compleet veranderd in positieve zin. Al in het voorwoord schrijft de auteur dat we de Bijbel als metafoor moeten bekijken, wat helemaal nieuw is voor mij. Toen ik mijn mama vertelde dat we voor het vak godsdienst een kinderbijbel moesten lezen, zei ze dat ik de Bijbel reeds als kind graag las. Ik was een beetje verwonderd, want ik kan me dat helemaal niet meer herinneren. Ook van de inhoud van deze boeken is niet veel blijven hangen. Als ik er nu over nadenk hoe dat zou kunnen komen, heb ik het idee dat voor mij toen gewoon verhalen in de kinderbijbel stonden. Maar niemand heeft er ooit bijgezegd dat deze verhalen Symbool staan voor het geloof. Ik heb deze verhalen dus wel met plezier gelezen, maar ben de meeste ervan ook even rap weer vergeten. Dat komt omdat ik ze nergens kon plaatsen. En daarna, toen ik ouder werd, heb ik me er eerlijk gezegd niet meer zo voor geïnteresseerd. Ik heb wel meestal godsdienstles gevolgd (wat vanaf mijn 16de een vrijwillig vak was) maar ik zou nu niet kunnen zeggen wat ik er in al die jaren “geleerd” heb. Ik ken wel titels zoals bv. “De barmhartige Samaritaan”, maar ik zou de inhoud niet kunnen vertellen.
Wat ik wil zeggen is, dat ik door het lezen van deze kinderbijbel een heel andere visie en idee over de Bijbelverhalen heb gekregen.

Wat mij bijgebleven is uit de inhoud en waar ik bij stil moest staan en erover nadenken

- “Geld is niet zo belangrijk, je wordt er niet gelukkig van” (p.40)
Toen ik dit stuk aan het lezen was, moest ik over mijn eigen situatie nadenken. Door de combinatie werk en school heb ik weinig tijd voor mijn familie en vrienden, wat wel belangrijk voor mij is. Ik stond er nog eens bij stil en vroeg me af wat er nu belangrijk is. Ik denk dat je “iets tussenin” moet proberen te vinden. Je kunt niet alleen maar gaan werken en studeren, maar ook niet alleen maar vrije tijd hebben voor je gezin. Voor mij is het dus belangrijk om een evenwicht te vinden.

- “Gods liefde voor het vol Israël wordt toch niet minder wanneer ook wij heidenen erin delen.” (p. 60)
Deze uitspraak vind ik ook waard om even bij stil te staan. Liefde die wij kunnen geven of krijgen is niet beperkt. Delen we ze met iemand, wordt ze zelfs nog meer…

- “Iedereen moet vrij kunnen ademen” - dat is Gods bedoeling (p. 75-78)
Ik denk dat de bedoeling hiervan is dat we rekening moeten houden met andere mensen en hun situaties. Er zijn dikwijls momenten in het leven waarin we op een bepaalde manier reageren omdat het zo “hoort”, omdat we het zo gewoon zijn door de maatschappij of omdat “het leven zo is”. Maar als wij het nu eens anders zouden doen, mensen zouden helpen zonder iets terug te verwachten, dan zou de wereld voor een stuk veranderen.
Ook het verhaal van de wijngaardenier (p. 81-82) sluit hierbij aan. Voor hem is het belangrijk dat de mensen hem willen helpen, voor hem willen werken, niet vanaf wanneer of hoeveel uren. De mannen die langer gewerkt hebben zijn kwaad, terwijl de wijngaardenier wel de afspraak is nagekomen. Toch dachten ze dat ze meer kregen dan de mannen die maar een paar uren gewerkt hadden. Langs de ene kant is het wel logisch hoe ze zich voelen. Maar langs de andere kant is het dat helemaal niet, omdat ze gekregen hebben wat hun beloofd was.

- “De toren van Siloam” (p. 83-85)
Als mensen sterven of als er onverwachte dingen gebeuren, vragen wij ons ook dikwijls af of God daar achter zit. Dat maakt het voor mij wel een beetje moeilijk om God te kunnen beschrijven. Ik denk dat alles in het leven voor een reden gebeurt en niets toeval is. Maar is het “God3 die dat laat gebeuren? Of het “lot”?

- Er staat meer in de Bijbel dan alleen maar “Bijbelse” verhalen. Er zijn verhalen van het normale leven, bv. van ouders hoe ze met hun kinderen omgaan (p. 101-102). Het meisje kon “niet opstaan” omdat haar vader altijd zijn “hand op haar hoofd heeft”. Dit verhaal is een metafoor voor ouders die hun kinderen soms TE veel beschermen, waardoor de kinderen zich niet zo goed kunnen ontwikkelen.

- De discipelen worden dikwijls als de “ongelovige” mensen van nu getoond. Ze keren
zich weg van het boze en rare in de verhalen (bv. p. 104). Pas als ze de verhalen vertellen, dus na Jezus’ dood, geloven ze echt in God en begrijpen ze wat Jezus bedoelde.

- Lucas en Matteüs laten Jezus uit een maagd geboren worden omdat Jezus een zoon
van de goden en geen gewoon mensenkind. (p. 121) Hier is de maagd dus een metafoor.
Het verhaal van de 12-jarige Jezus in de tempel (p. 145-147) vertelt bv. waarom Jezus ook na zijn dood “in de hemel” (= bij zijn vader) komt.

- “Op heterdaad betrapt” (p. 179-181)
Jezus was aan het twijfelen wat hij moest zeggen: moest de vrouw gestenigd worden of niet. Hij had geen eenduidig antwoord op de vraag, want ofwel had hij Mozes ofwel zichzelf tegengesproken. Hij pakte het probleem dus op een andere manier aan om zo een goede oplossing te kunnen vinden.
Dit verhaal vind ik persoonlijk héél goed en leerrijk. In het dagelijkse leven komen wij ook dikwijls in situaties waarin we niet weten hoe we best moeten handelen of wat we moeten zeggen. Maar als we er op een andere manier over nadenken, bestaan er soms wel oplossingen waar we op het eerste moment niet aan hadden gedacht.


Achteraf gezien ben ik blij dat we deze opdracht gekregen hebben, want ik kan er veel van mee nemen voor mezelf. Als mensen nu zeggen: “Ik lees graag in de Bijbel omdat er fantastische verhalen in staan” zal ik zeggen: “Ja, je hebt gelijk.” Maar daarbij denk ik ook: als je weet hoe je deze verhalen moet lezen en bekijken, zijn het echt wel geweldige verhalen.