Onderwerp: het kerstverhaal
Voorafgaand: 2 ½ weken geleden is de juffrouw ermee begonnen elke dag één prent te laten zien van het kerstverhaal en erbij te vertellen. Na twee weken kenden de 3-4 jarige kleuters het hele verhaal. De kinderen spelen dikwijls in de “kersthoek” die de juf in de klas heeft ingericht. De kleuterleidster vertelt mij dat ze het verhaal ook vaak zelf navertellen.
Op donderdag voormiddag gingen wij naar de turnzaal, waar kinderen uit het 6de leerjaar een kersttoneel voor de hele school gespeeld hebben. Daarna heb ik dus een lesje geobserveerd, waarin alle kleuters van de klas onder leiding van de juffrouw het kerstverhaal naspeelden.
Elk kind kreeg een rol (Jozef, Maria, engelen, herders, schapen, ezel,…). De juffrouw liet de prenten zien en liet de kinderen het verhaal dat ze ondertussen al goed kennen naspelen. Ze heeft wel ingegrepen als ze het gevoel had dat de kinderen hulp nodig hadden.
- Wat zijn de grote stappen, de fases die in deze les gezet worden met de lln?
In deze les gaat het erom het kerstverhaal na te spelen, onder leiding van de juffrouw. - Welke handleiding wordt hier gebruikt?
De juffrouw gebruikt er geen speciale handleiding voor, het traditionele kerstverhaal is haar uitgaanspunt. - Wat is de sfeer in deze les? Onderscheidt deze zich van andere lessen? Waarin wel, waarin niet? Hoe wordt aan deze sfeer gewerkt?
De kinderen zijn heel rustig, de sfeer is gemoedelijk, in de klas is het redelijk donker. De juffrouw praat stil en zacht tegen de kinderen, wat deze ook rustig maakt. Hoewel de kerstperiode een drukke periode is, is er toch een heel positieve, rustige en feestelijke stemming in de klas. - Hoe reageren de kinderen op deze les? Op welke momenten zijn ze betrokken, op welke momenten zie je de betrokkenheid dalen?
De kinderen in deze klas vinden het altijd fijn om toneeltje of poppenkast te spelen. Speelt de juffrouw poppenkast, spelen ze het direct daarna na.
Elk kind heeft zijn eigen rol, waardoor het ook heel betrokken bezig is. De juffrouw houdt het hele toneeltje redelijk kort, om te voorkomen dat de betrokkenheid daalt. Enkele kleuters hebben geen zin om mee te doen, ze kijken gewoon. Maar ook zij zijn wel betrokken, heb ik het gevoel. - Noteer enkele voorbeelden van levensvragen die deze kinderen stellen.
Tijdens het naspelen van het kerstverhaal komen er geen vragen van de kinderen. Ze hebben zich helemaal in hun rol ingeleefd.
Tijdens de reflectie met de kleuterleidster kom ik te weten dat de kinderen onder elkaar bezig zijn met het thema “een baby krijgen”. Vooral één meisje, Aurelie, omdat haar mama zwanger is. - Aan welke component wordt vooral gewerkt?
Door het kerstverhaal na te spelen wordt vooral de componenten Verbondenheid met zichzelf en met anderen gewerkt. Er komen zowel ervaringen en belevingen van kleuters, als geloofsverhalen en ook klasrituelen/feesten aan bod.
Daarna was er nog even tijd voor de speeltijd begon, dus heeft de juf een spel met de klas gespeeld: In de klas was het zo donker mogelijk. Één kind ging even met een zaklamp naar buiten, terwijl zich een ander kind ergens in de klas verstopte. Het eerste kind werd binnengeroepen en moest het kind dat zich verstopt had gaan zoeken. Voor sommige kinderen was het heel moeilijk om het kind te vinden. Wij hielpen met “warm of koud” te zeggen.
Wat ik héél mooi vond, was wat de juf op het einde van dit spel tegen de kinderen heeft gezegd: “Zie je hoe moeilijk het voor ons is om iemand te vinden in het donker. Voor Jozef en Maria was het toen ook heel moeilijk om in het donker een herberg te vinden of een stal waar ze mochten blijven.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten