vrijdag 18 december 2009

Erinneren - Erkennen - Herkennen & Hoe ik God zie

Om uit te leggen wie God voor mij is, wil ik graag iets over de Oostenrijkse traditie rond Kerstmis vertellen. Dit doe ik aan de hand van twee “dezelfde” verhalen uit mijn verleden:


24 december 1993 (Ik ben 7 jaar oud)

’s Morgens, na het ontbijt, heeft papa een idee. Hij wil met ons gaan schaatsen. Mijn zus Sabine (5 jaar) en ik kleden ons warm aan. Papa haalt de schaatsen uit de kelder. Dan zijn we klaar om te vertrekken. Mama blijft thuis, samen met oma, want ze heeft al een héél dikke buik. Binnenkort krijgen wij een zusje of broertje.
Als wij thuiskomen van een leuke voormiddag met papa op de schaatsbaan, is de deur van de living gesloten. Achter het glas van de deur hangt papier, waardoor wij niet in de kamer kunnen kijken. Zelfs als ik stiekem probeer door het sleutelgat te gluren, kan ik niets zien. Blijkbaar heeft er iemand iets in gestoken.
Mama en oma zijn in de keuken. Ze koken soep voor deze middag.
Ik weet natuurlijk wat er aan de hand is. Het Christkind is bezig. Het versiert de kerstboom en legt de cadeautjes eronder. Maar wij kunnen het niet zien, want het is een engeltje dat snel door een venster wegvliegt als het hoort dat er iemand wil binnenkomen.
Een week geleden heb ik een brief geschreven aan het Christkind met mijn wensen voor Kerstmis. Ik heb hem ’s avonds op de vensterbank in de woonkamer gelegd. ’s Morgens was hij verdwenen. Het Christkind is hem dus komen halen.
In de namiddag blijven wij in de eetkamer, waar we samen spelletjes spelen. Ik ben al heel zenuwachtig, want ik weet al wat er straks gaat gebeuren. Af en toe ga ik eens kijken of de deur van de living niet toch per ongeluk open is, maar helaas is dat niet zo.
Om vijf uur komen mijn andere oma en opa. Buiten is het ondertussen al donker. Nu ben ik toch echt al een beetje ongeduldig. Ik vraag aan mama wanneer het Christkind dan komt, maar ze zegt dat ze het ook niet weet.
Plots hoor ik een belletje gaan. Het geluid komt uit de woonkamer. Snel loop ik naar daar, iedereen achter mij aan, want wij zijn allemaal nieuwsgierig. Papa staat al in de living en sluit gauw de deur van het terras. Hij was ook te laat om het Christkind nog te kunnen zien, zegt hij.
Nu wordt het stil. Voor ons staat een prachtige kerstboom met rode en gouden bollen eraan en veel lichten en kaarsen. Zoals de boom, stralen ook wij. Er is een héél aangename sfeer, heel gemoedelijk. Maar ook een beetje mysterieus, in een positieve zin. Het is moeilijk om te beschrijven hoe het voelt, want er is niets dat je ermee kunt vergelijken. Een keer per jaar komt het Christkind. Deze avond is anders als de rest van het jaar. Iets “goddelijks” is in de lucht.


24 december 1999 (13 jaar)

’s Morgens, na het ontbijt, komt opa naar ons thuis. Hij komt mijn broer Christian halen, die ondertussen al bijna 6 jaar oud is. Ze gaan samen met mijn kleine neefjes naar de cinema waar een kerstfilm voor kinderen speelt. Mijn zus Sabine (11 jaar) gaat ook mee, want ze heeft geen zin om de boom te helpen versieren.
Als ze weg zijn, haalt papa de kerstboom binnen. Samen halen wij de kartonnen dozen met de kerstbollen uit de kelder. Papa hangt papier voor de deur en steekt ook een klein stukje in het sleutelgat. Terwijl mama en ik de boom versieren, kookt oma soep voor deze middag. Wij moeten wel een beetje doordoen, want binnen 2 ½ uur brengt opa Christian al terug naar huis.
Als wij klaar zijn met de boom, leggen wij het belletje klaar naast de deur, die wij achter ons op slot doen.
In de namiddag zitten wij spelletjes te spelen in de eetkamer. In tegenstelling tot anders moet Christian vandaag vaak “naar het toilet”. Dat zegt hij ten minste als hij de eetkamer buiten gaat.
Om vijf uur komen opa en oma. Ook nu is de sfeer weer al heel mysterieus, want iedereen is aan het wachten. Het valt niemand op dat papa opstaat en uit de kamer gaat. Enkele minuten later horen wij de bel. Weer net te laat om het Christkind nog te kunnen zien; papa zegt dat het al weg was…
…Om 12 uur ’s avonds ga ik met mama en oma naar de kerk. Alleen op deze avond doen wij dat zo laat, want het is Kerstmis en iets “goddelijks” is in de lucht.


Het is voor mij dus heel moeilijk om te beschrijven wie God voor mij is. Maar bij Kerstmis bijvoorbeeld kan ik Hem voelen. Dan weet ik dat hij aanwezig is, zoals het de Oostenrijkse traditie ook zegt door het “Christkind” op aarde te laten komen.

Maar niet alleen op Kerstmis is God aanwezig voor mij.
Ik geloof dat er niets gebeurt zonder een reden. Er staat iets of iemand achter alle negatieve, maar ook alle positieve dingen die er gebeuren in ons leven. Sommige mensen noemen dat “het lot” en voor sommigen is het gewoon “toeval”. Ik weet niet of ik het God “durf” noemen, want God is voor mij iets heel krachtigs, iets heel sterks en machtigs. Als ik van het lot spreek, is dat minder eng. Maar juist daarin ligt de uitdaging, dat je het wel God durft noemen en dat je er dus wel in gelooft. Als ik aan de sfeer denk, die er rond Kerstmis in de lucht hangt, is dat voor mij heilig en dat is voor mij één deel van hoe ik God zie en voel.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten